Even Bijtanken

Als je moeite hebt met God...

Psalm 77

Als je moeite hebt met God…

Dat kan zomaar gebeuren. Dat geloven voor u of jou niet fijn is. Integendeel…!
En dan… wat doe je dan? God dan maar vaarwel zeggen…?
Er is een Psalm in de Bijbel die daarover gaat. “Wat doe je als je moeite heb met God.” Het is Psalm 77…

Denk ik aan God… Psalm 77:4

Aan God denken…
Je kunt dan best eens schrikken van je eigen gedachten.

Ja, soms zit je geloof voor je gevoel op grote hoogte. Je kan echt met heel je hart zeggen: Niets kan mij scheiden van de liefde van God!

Soms (of voor u/jou misschien wel vaak?) is het veel moeilijker om te geloven. Misschien ben je zelf gewoon eens wat down. Of heb je in je nabije omgeving iets meege­maakt, dat je aan 't twijfelen zet. Ziekte, een ongeluk, het overlijden van een geliefde…
Vragen kan je dan hebben, ook richting God: God, waarom toch?! Het kan soms erg moeilijk zijn om te geloven.

Het is misschien een bemoediging, dat de Bijbel daar zo open en eerlijk over spreekt. In de Bijbel is het niet altijd rozegeur en maneschijn in het geloof. Geloven is vaak moeilijk en een strijd.

Iemand die dat zeker ervaren heeft is Asaf, de dichter van Psalm 77. Hij zegt zelfs in vers 4: ‘Als ik aan God denk, dan kreun ik...'  (Staat dàt in de Bijbel? denkt u misschien…)
Asaf denkt zo aan God, en hij zegt dat God veranderd is (vers 11). Vroéger, ja vroeger was God goed. Toen zag Hij naar Asaf en het volk om. Maar nu..? Verstoot God ons? Vergeet Hij om goed te zijn voor ons?

Wat herkenbaar kunnen deze woorden zijn. Wij kunnen soms niet overweg met God. Wij begrijpen Hem misschien niet. Waarom God? Waarom!?

Ik wil gedenken… Psalm 77:12

Een opmerkelijke Psalm is het. In het eerste gedeelte (tot en met vers 11) klinkt de psalm erg somber. Maar in vers 12 is er een plotselinge omslag. Het is alsof Asaf zich boven zijn eigen twijfels uitzingt. Hij zegt: ‘Ik zal de daden van de Here gedenken, ja, ik wil gedenken Uw wonderen van ouds' (vers 12).

In zijn moeilijke perioden, als hij somber is en God niet begrijpt en God ook niet in zijn leven ziet, denkt Hij aan vroeger.

Vroeger… denkt u daar ook wel eens aan? Aan die tijd toen God je zoveel gaf? Toen je voor je gevoel veel méér geloofde?
Dat wat God ons gaf mogen we koesteren. Dat zegt Psalm 77 ons. Denk maar aan vroeger…

En dan zeg ik: we mogen ook denken aan héél vroeger…. 2000 jaar geleden. Aan wat God heeft gedaan om u en jou te redden.
Asaf denkt trouwens ook aan een redding die God gaf. 'Gij hebt uw volk met een machtige arm verlost' (vers 16).
En zo mogen wij ons vasthouden aan Jezus. Hij stierf voor ons aan een kruis vlak bij Jeruzalem, nu zo’n 2000 jaar geleden. Door Jezus zijn wij gered. Wat een wonder, wat een grote God hebben wij! ‘Wie is een God, groot als God?’ (vers 14)

Moeilijkheden zijn dan niet voorbij. Vragen blijven er. Asaf begreep lang niet alles. Maar hij kreeg wel op de één of andere manier wel rust, omdat hij zèlfs met zijn geloofsvragen en klachten over God bij God terecht kon.

Ook wij begrijpen God niet altijd. We weten niet waarom dingen ons overkomen…
Maar we kunnen toch niet zonder God? Asaf zegt God niet vaarwel, en ik hoop u en jij ook niet. Ook al is God op dit moment  misschien verborgen voor ons, voor ons gevoel ver weg… we kunnen niet zonder Hem. Hij is de enige die ons kan redden.

Genieten van het kleine

Genieten van het kleine

Genieten van het kleine…

Ik kan intens genieten van deze tijd.

Oké, zelfs van herfstweer kan ik van tijd tot tijd genieten… En van die snijdende kou in de winter ook… Maar nu ik dit stukje aan het schrijven ben, schijnt de zon! En zie ik de sneeuwklokjes en de krokussen bloeien. Het duurt nog wel een paar weken voordat de lente begint… maar toch zie, ruik en hoor ik haar al aankomen!

Genieten. Van dat kleine…

Och, ik weet het wel, er is ook genoeg om over te mopperen. Er is genoeg dat helemaal niet mooi is. Denk je aan het milieu… dan denk ik aan het Kyoto-verdrag waaraan staten zich niet houden… en aan al die blikjes en McDonalds-bakjes in de berm…

Het is eigenlijk net als bij de mens, vindt u niet? Ook bij de mens is genoeg aan te wijzen, dat niet mooi is, waarover je moppert. Lees de krant maar. Luister naar wat er op het werk, in de kerk, op school en thuis gebeurt. Wat mensen elkaar kunnen aandoen… dat is soms niet best. Soms zelfs vreselijk. Nee, een mens is niet volmaakt. De Bijbel schrijft daar trouwens heel eerlijk over. Dat de mens “zondig” is. Wie kan dat ontkennen?

En tegelijk dank ik God voor het mooie, dat ik ook in mensen mag zien. Dat is er ook! Liefde. Een goed woord van de één tegen de ander. Een kop koffie. Een kaartje voor mensen in nood. Het zijn vaak kleine dingen, als die eerste zonnestralen, sneeuwklokjes en krokussen... Maar wat waardevol! Ook van het mooie in de mens kan ik intens genieten.

Genieten van dat kleine, dat mooie, dat er ook is…

Ja, het is voor mij tegelijk meer… Het is genieten van het kleine, maar ook genieten van die Grote. Die grote God, die alles geschapen heeft, en alles in stand houdt.

Ik zie Zijn macht als alles weer gaat groeien en bloeien. En ik zie Hem ook, als Hij door zijn Geest in de harten van mensen werkt, en liefde geeft.

Ik zal er zijn (songtekst)

Ik zal er zijn 

Jezus zegt in Matteüs 28 vers 20 tegen zijn leerlingen: “Ik ben met u, al de dagen, tot aan de voleinding der wereld.” Dat is bemoedigend voor ons. Jezus is altijd bij ons. Het volgende gedicht verwoordt wat dat betekent.

  

Ik zal er zijn, als je huilt;
Ik zal er zijn, als je mij nodig hebt;
Ik zal er zijn, als je valt;
Ik zal er altijd zijn.

 

Er strekt zich een weg uit
en hij leidt naar het land waar je zo naar verlangt.
Kijk niet om, wees niet bang,
want Ik, Ik zal er zijn.

 

Als je je ellendig voelt en de moed wilt opgeven,
val dan in vertrouwen op je knieën,
dan is er een kracht, die met niets is te vergelijken,
want Ik, Ik zal er zijn.

 

Ik zal er zijn, je kan het echt geloven,
Ik zal er zijn, als de duivel je aanvalt.
In beproevingen en verzoekingen zal Ik er zijn,
dwars door het donker heen.
Roep mij slechts aan.

 

Ik zal er zijn gedurende elke hartslag
en ademhaling die Ik je geef.
En als je je zorgen maakt
en niet meer verder kan,
kijk dan slechts omhoog,
want Ik zal er zijn!

 

Ik ben lang geleden diezelfde weg gegaan
en hij leidt naar waar je zo naar verlangt.
Kijk niet om, maar zie vooruit,
want Ik, Ik zal er zijn!

  

Een vrije vertaling van: "I will be there" (Phil Keaggy)

 

Op de vlucht... ?

Op de vlucht…? 

Opgejaagd. Op de vlucht. Voel je je zo? Lees dan eens door…  Genesis 16

.

7 Een engel van de HEER trof haar in de woestijn aan bij een waterbron, de bron die aan de weg naar Sur ligt. 8 Hagar, slavin van Sarai, waar kom je vandaan en waar ga je heen?’ vroeg hij. ‘Ik ben gevlucht voor Sarai, mijn meesteres,’ antwoordde ze. 9 ‘Ga naar je meesteres terug,’ zei de engel van de HEER, ‘en wees haar weer gehoorzaam.’  (…) 13 Toen riep zij de HEER, die tot haar had gesproken, zo aan: ‘U bent een God van het zien. Want,’ zei ze, ‘heb ik hier niet hem gezien die naar mij heeft omgezien?’ 14 Daaraan dankt de bron die daar is zijn naam, Lachai-Roï hij ligt tussen Kades en Bered.   

Op de vlucht

Hagar is een Egytische slavin. Ze is zwanger. Maar ze had een conflict met haar bazin Saraï.  Abraham (de man van Saraï) neemt het op voor zijn vrouw en Saraï vernedert Hagar. Hagar moet buigen. En hier kan Hagar niet tegen. Wegwezen, denk ze. En ze vlucht… richting Sur, richting Egypte, waar ze vandaan kwam…Wat een ellende! Maar temidden van dat ellendige is er toch iets bemoedigends: God vergeet haar niet!

.

Door God gevonden!

Dat mocht Hagar ervaren. In die gortdroge woestijn trof de engel van de HEER haar aan (vers 7). Letterlijk staat er in de grondtekst: “Hij vònd haar bij een waterbron in de woestijn." En dat betekent dat Hij daar niet toevallig was… Hij vònd haar. De Engel was op zoek naar Hagar.De engel… Dat is er ook niet zomaar één. De Engel van de HEER anders dan alle andere engelen. Het blijkt hier God Zelf te zijn. 

.

Terug mèt God

God vraagt: vanwaar kom je en waarheen ga je? Vertel maar. Stort je hart maar uit. Hagar doet dat, en dan zegt de Here, dat ze terug moet gaan. Terug naar Abraham en Saraï.

Ja, wat zal ze er tegenop gezien hebben! Teruggaan. Je oude positie weer innemen. Teruggaan is moeilijk. Moeilijk om je fouten toe te geven. Moeilijk om de ander weer onder ogen te komen. Maar dat is wat God aan haar vraagt.. Terug. Maar wèl met een belofte…! Een belofte dat God met haar meegaat. Dat God ook háár God is. Dat God de God is van haar zoon. En bij die God kan Hagar zich veilig voelen. Ze weet nu: er is Iemand die naar mij omkijkt. Die het goede voor mij zoekt. En ze noemt God bij de naam… 

God ziet mij!

Ze zegt: "U bent God van het zien” (vers 13). God ziet. God ziet om! God ziet ons. Daarom wordt de put waar de ontmoeting plaatsvond genoemd: Lachaï-Roï. Dat betekent: Put van de Levende die mij ziet.U mag het ook zeggen tegen de Here: U bent een God, die mij ziet. Ook voor u en jou goed om te weten! Elk moment mag je daarin Gods liefde zien.Gods liefde strekt zich naar ons uit. Ja, tot in de woestijn, tot in die uitzichtloze situaties in ons leven. Hoever je als mens ook bent, hoe diep je ook zit, je bent altijd bereikbaar voor onze God.  

Heer, die mij ziet zoals ik ben,dieper dan ik mijzelf ooit ken, kent Gij mij, Gij weet waar ik ga, Gij volgt mij waar ik zit of sta. Wat mij ten diepste houdt bewogen, ’t ligt alles open voor uw ogen. 

(Psalm 139, berijmd)  

Ssssst! Wordt er gebeld?

Ssssst! Wordt er gebeld?
Ssssst! Wordt er gebeld? 

Dat zeggen wij thuis wel eens... Want als er bij ons huis aangebeld wordt, dan komt het wel eens voor dat we de bel niet horen. De bel hangt in de gang en heeft maar een bescheiden klank. Op zich geen probleem. Maar als de radio of tv aanstaat, of als de kinderen spelen of er visite is... dan komt dat bescheiden ding-dong nauwelijks boven het huiskamergeluid uit. "Ssssst! Wordt er gebeld?"

 

Dan nu een beetje rare vraag misschien: Moeten wij wel stil zijn voor die bel? Je kunt ook denken: dan tikken ze maar even op het raam! Of ze lopen maar even achterom... Ligt het aan de bel? Ligt het aan ons? Moeten wij die bel in de huiskamer ophangen? Moeten wij stiller zijn? Aan wie ligt het?

 

Ik moest hieraan denken, omdat dat dilemma ook speelt bij het spreken van God en ons luisteren naar Hem. God belt ook bij ons aan. Via zijn "bij-bel". Hoort u dan wel eens Gods stem? Dus dat u denkt: die woorden die ik nu hoor of lees, die zijn voor mij. Ik voel me aangesproken. Soms spreekt God overduidelijk. Misschien wel vaker is het een zachte klank, moeilijk te horen.

 

Maar kan God dan niet via een andere weg ons leven binnenkomen? Kan Hij niet wat harder op de deur van ons hart tikken? Ja, dat kan best... maar Hij doet het niet altijd. Ik denk, omdat ook het stille spreken van God er moet zijn. Want dan moeten wij ons concentreren op zijn woorden. Dan moet dus het geroezemoes in ons leven minder worden. Even afstand nemen van alle drukte van tv, werk, internet... En stil worden voor God. En verdient God dat niet? In de Bijbel staat een oproep van iemand aan zichzelf. Er staat in Psalm 62 vers 6: "Waarlijk, mijn ziel, keer u stil tot God... Want van Hem is mijn verwachting." Die dichter roept zichzelf op om stil te worden voor God...

 

Ik las van de week een brief van Paul Nouwen aan God. Hij schreef aan God: "In mijn eigen leven heb ik geleerd dat rennen en druk zijn niet de garantie is om U te ontmoeten. U bent er waar het stil is (...). Ik zal in de komende periode meer zoeken naar waar ik U kan vinden, maar ik besef dat ik daarvoor zelf verder moet veranderen." Zelf veranderen. Weten waar Gods woorden gehoord kunnen worden, en dan op zoek gaan naar God, naar die "bel", die woorden van God. Weet u al waar die woorden klinken?

   

 

 

Contact

"De Wijngaard"

Dorpsstraat 134a,
1531 HP Wormer
06-1629 9993

<meer>

 

 

 

 

 

anbi